Manu de Waal

Welkom bij logopediepraktijk de Waal!


Mijn naam is Manu de Waal. In 1986 ben ik afgestudeerd aan de Hogeschool Gent, een instituut waar naast de allround Logopedie, veel aandacht werd besteed aan de aanpak van leerstoornissen. Aansluitend volgde ik een opleiding Remedial Teaching en kreeg zo inzicht in de werking van de zorg binnen de school.  In 2009 behaalde ik het certificaat dyslexiespecialist aan de Fontys Hogeschool te Tilburg. Gedurende dit studietraject kreeg ik de kans een door mij ontwikkelde methodiek `Letterweg´, waarin de Pratende Letters de hoofdrol spelen, wetenschappelijk te onderbouwen en uit te werken.

U kan bij mij terecht voor: therapieën gericht op het verbeteren of vergemakkelijken van:

stemgeven- spraak- taal – lezen- spelling- rekenen (basisonderwijs)- leren leren (tot 18 j) en in geval van een foutieve slik met een negatieve invloed op de spraak en het gebit tevens voor orale myofunctionele therapie.


Contact:

manudewaal@hetkader.be

Tel. 0479/44.84.95


Tarieven

Deze praktijk is niet geconventioneerd maar ook dan verlenen mutualiteiten tegemoetkoming aan cliënten die lijden aan een specifieke stoornis.

(vb. Stemstoornis, taalontwikkelingsstoornis,leerstoornis). 

Voor articulatieproblemen kan enkel een tegemoetkoming verkregen worden via de aanvullende verzekering. De maximale duur van de tegemoetkoming is afhankelijk van de problematiek. 

Sommige stoornissen worden spijtig genoeg niet vergoed, of worden pas vergoed nadat er sprake is van een zorgwekkende achterstand. Het is uiteraard beter om toch in een vroeg stadium in te grijpen. 


Visie

Het helpen, coachen van kinderen en jongeren met lees-en spellingstoornissen is één van mijn passies. Mijn aanpak is speels maar stoelt op de meest recente wetenschappelijke theorieën. Leren moet leuk zijn en de leerlingen moeten zich geholpen voelen. Is dat laatste het geval dan zijn de leerlingen meestal spontaan gemotiveerd om gezamenlijk de problemen aan te pakken. Leerstoornissen zijn complex en hebben vaak een ingrijpende invloed op het jonge kind, de leerling, de ouders en leerkrachten. Bij de behandeling van een leerstoornis wordt een leerling regelmatig geconfronteerd met wat voor hem of haar moeilijk is en dat kan aanvankelijk weerstand oproepen. Het kind en de ouders hebben tijd nodig om te aanvaarden dat het leren nu eenmaal anders verloopt dan bij klasgenoten. Pas als die aanvaarding er is zal het kind optimaal profiteren van de begeleiding. Binnen dat anders leren, waarbij altijd een link gelegd wordt naar de methode van school, wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de sterke kanten van de leerling zoals: creativiteit, fantasie, eigen interesses.

In de methode Letterweg spelen de pratende letters de hoofdrol. Pratende letters zijn gevisualiseerde klanken en helpen kinderen met spraak, taal, lees- en spellingproblemen. Op speelse manier ontdekt de beginnende lezer dat letters eigenlijk kunnen praten. De Pratende letters werden gebundeld in twee fonemische handboeken. Het Klinkerboek en het Medeklinkerboek. Voor meer informatie over deze  aanpak kunt u een kijkje nemen op http://www.logopediedewaal.nl/Letterweg_methodiek.htm

Logopediepraktijk de Waal geeft ook workshops aan logopedisten, leerkrachten en zorgcoördinatoren.


Meer weten over logopedische stoornissen, lees dan verder:

Taal / Dyslexie

Wat is dyslexie?

Mensen met dyslexie hebben moeite met lezen en/of spellen.

De definitie van dyslexie volgens Stichting Dyslexie Nederland (2008):
"een hardnekkig probleem met het aanleren en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau".

Moeilijkheden met lezen en spellen geeft problemen met veel schoolse taken. Voordat kinderen leren lezen en spellen kunnen er al problemen zijn met de spraak- en/of taalontwikkeling. Specifieke risicofactoren voor dyslexie in de eerste jaren van de basisschool kunnen door (gespecialiseerde) logopedisten goed worden gesignaleerd en begeleid.

Wat doet de logopedist bij dyslexie?

Logopedisten zijn deskundig op het gebied van diagnostiek, indicatiestelling en behandeling van spraak- en taalstoornissen. Hiermee onderscheiden zij zich van de andere beroepsgroepen die zich met dyslexie bezig houden, bijvoorbeeld orthopedagogen en remedial teachers. Dit is in het bijzonder van belang omdat zij kennis hebben van de diagnostiek en begeleiding van factoren die met dyslexie samenhangen, zoals fonologie (herkennen van klanken) en oproepsnelheid.
Logopedisten zijn vaak al in een vroeg stadium betrokken bij kinderen met dyslexie. Soms is er nog helemaal geen sprake van een kind dat in het leerproces vastloopt, maar zijn er wel al risicofactoren te signaleren. Goede begeleiding in een vroeg stadium (onder andere met klanken en letters werken) kan dyslexie weliswaar niet voorkomen, maar wel de uitingsvorm ervan verkleinen. Dat de behandeling door een (gespecialiseerde) logopedist een grote bijdrage kan leveren aan het voorkomen van leesproblemen en het verminderen van het gevolg ervan staan buiten kijf.

In de behandeling wordt samengewerkt met de ouders en de school van het kind. Ook wordt rekening gehouden met de totale ontwikkeling van het kind en eventueel bijkomende problemen.

Spraak / Afwijkende mondgewoonten

Afwijkende mondgewoonten zijn gewoontehandelingen of bewegingen die negatief zijn voor de gebitsstand, het spreken, het gehoor en de gezondheid. Habitueel mondademen, afwijkend slikken en kauwen en duim- en vingerzuigen (en spenen) zijn afwijkende mondgewoonten. Verder vallen foutieve lipgewoonten, tonggewoonten en nagelbijten onder afwijkende mondgewoonten.

Habitueel mondademen is de gewoonte om in rust de lippen niet te sluiten, waarbij er niet door de neus wordt geademd. De meeste mensen ademen door hun neus, tenzij de neusdoorgang onvoldoende is door bijvoorbeeld een vernauwing door verkoudheid of allergieën. Er wordt dan tijdelijk meer door de mond geademd. Als dit mondademen blijft bestaan terwijl de neus weer doorgankelijk is, wordt de neus nauwelijks meer gebruikt en kunnen de mondspieren verslappen.

Mondademen heeft verschillende gevolgen. De mond droogt uit. Er is daardoor minder speeksel in de mond aanwezig waardoor er veel minder geslikt hoeft te worden. Dit heeft tot gevolg dat de buis van Eustachius, die de neusholte met het oor verbindt, te weinig wordt geopend. De kans op oorontstekingen en andere gezondheidsproblemen neemt hierdoor toe.

Afwijkend slikken kan onder andere ontstaan door mondademen, maar komt ook voor als er gewoon door de neus geademd wordt. Bij afwijkend slikken ligt de tong vaak laag onder in de mond. De tong wordt dan tussen de tanden geperst. Doordat de tong telkens tegen de tanden duwt, kunnen die scheef gaan staan.Ook tijdens het spreken kan de tong tussen de tanden komen. Slissen is het gevolg; het spreken wordt er vaak onduidelijk van.

Een andere afwijkende mondgewoonte is het duim- of vingerzuigen. Het zuigen op een duim, vinger of speen is normaal bij een baby en peuter, omdat zij nog een grote zuigbehoefte hebben. Het geeft veiligheid. Daarna wordt het vaak een gewoonte en kunnen de tanden scheef groeien. Ook kan de vorm van de mond (het gehemelte) veranderen. Tevens hebben kinderen een grotere kans op een slappe mondmotoriek, waardoor afwijkend slikken kan optreden. Spenen of duim- of vingerzuigen moeten daarom zo snel mogelijk worden afgeleerd.

Wat doet de logopedist?

De logopedist adviseert over een behandeling en zal de behandeling afstemmen op het kind.

Als kinderen mondademen moet dit zo vroeg mogelijk worden gestopt ter voorkoming van terugkerende verkoudheden en oorontstekingen. De behandeling zal vooral gericht zijn op lipsluiting en op het verstevigen van de mondmotorische spieren. Er worden oefeningen gegeven die de spieren van de tong en lippen versterken.

De logopedist kan ook specifieke oefeningen geven om de neusademing te stimuleren. Daarnaast wordt de tongpositie zowel in rust als tijdens de spontane spraak getraind en zal de articulatie aan bod komen.

Het afwijkend slikken wordt voor of na de wisseling van de voortanden aangepakt. Soms is het wenselijk het duimzuigen vóór de wisseling van de voortanden af te wennen, omdat dit een nadelige invloed heeft op de gebitsontwikkeling.

Taal / Meertaligheid bij kinderen

Wat is meertaligheid?

Men spreekt van twee- of meertaligheid wanneer kinderen tijdens hun ontwikkeling in aanraking komen met meer dan één taal. Het gaat hierbij om kinderen van ouders met verschillende moedertalen, die vanaf de geboorte tweetalig worden opgevoed. Daarnaast gaat het om kinderen van anderstalige ouders die thuis hun moedertaal leren en in kindercentra of op school het Nederlands als tweede taal.

Meertalige kinderen kunnen een spraak- en taalachterstand hebben in het Nederlands. Wanneer er een stoornis of achterstand is in de eerste taal, zal ook de tweede taalontwikkeling verstoord verlopen. Tengevolge van een wisselend, gebrekkig of onvoldoende taalaanbod in een bepaalde taal is de meertalige ontwikkeling soms een moeilijk proces. Een taalachterstand resulteert vaak in een leerachterstand waardoor de schoolcarrière van deze kinderen gevaar loopt. Immers alle lessen worden aangeboden in taal.
Ook de uitspraak kan problemen geven, waardoor een kind moeilijk verstaanbaar is voor anderen. Dit kan resulteren in angst om te spreken en sociale isolatie.

Vroegtijdige onderkenning van de taalproblemen in de voor- en vroegschoolse periode en begeleiding van de kinderen en hun ouders, bevordert de taalontwikkeling en verbetert de kansen van deze kinderen.

Wat doet de logopedist?

Indien er sprake is van een spraak- en taalstoornis, is er logopedische begeleiding nodig. Deze begeleiding richt zich op communicatieproblemen en verstaanbaarheid in het Nederlands en de moedertaal. Voor dit laatste is samenwerking met de omgeving vereist.


Stem / Heesheid

Wat is heesheid?

Heesheid is een stoornis waarbij de stemkwaliteit is verslechterd. Heesheid wordt gekenmerkt door het niet goed sluiten van de stemplooien (een betere benaming dan stembanden) in het strottenhoofd, of door het niet correct verlopen van het golf- en trillingspatroon van de stemplooien. Bij heesheid klinkt de stem niet meer helder: er is een fijne of grove ruis te horen of een kraak. De stem kan zelfs helemaal of gedeeltelijk wegvallen. De oorzaak kan liggen in het stemorgaan zelf, maar ook het verkeerd gebruiken van het stemorgaan kan heesheid veroorzaken. Soms leiden psychische problemen tot heesheid. Vaker is een combinatie van deze factoren de oorzaak van heesheid. Een verkeerd gebruik van de stem kan leiden tot vormverandering van het stemplooiweefsel, waardoor stemplooiknobbeltjes (ook nog wel stembandknobbeltjes genoemd) ontstaan. De kno-arts stelt de diagnose.

Heesheidsklachten gaan meestal samen met andere symptomen, zoals te luid of te zacht spreken, spreken op een te hoge toonhoogte of geknepen spreken. De ademing kan anders en onregelmatig zijn en vaak is er pijn in het keelgebied.

Heesheid kan zowel bij kinderen als bij volwassenen voorkomen. Bij kinderen is heesheid vaak terug te voeren op misbruik van de stem. Bij volwassenen is de oorzaak van heesheid eerder het niet correct gebruiken van de stem, met name op momenten dat de stem extra belast moet worden. In beide gevallen is er dikwijls ook sprake van een zwak stemorgaan.

Wat doet de logopedist?

Een hese stem kan gunstig beïnvloed worden door een goede lichaamshouding, ademing en stemgeving. De logopedist kan verschillende technieken aanleren of bestaande technieken verbeteren. Daarbij wordt toegewerkt naar een evenwichtige manier van stemgeving; resonantie (de draagkracht van de stem) en articulatie (duidelijke uitspraak) spelen hierbij ook een rol.
Bij de logopedische therapie nemen stemhygiënische adviezen, zoals bijvoorbeeld het afleren van veelvuldig kuchen of keelschrapen, een belangrijke plaats in.
Bij kinderen is het afleren van stembelastende gewoontes als veel schreeuwen en gekke stemmetjes nadoen een belangrijk behandeldoel.

Niet altijd is het verkrijgen van een heldere stem het uiteindelijke doel van de logopedische behandeling. Dit is niet altijd haalbaar, met name wanneer er blijvende afwijkingen of beperkingen bij het stemapparaat zijn. Dan staat het op een economische manier leren spreken voorop, waarbij klachten als vermoeidheid na het spreken en een geïrriteerde keel verminderen of verdwijnen.

Logopedische therapie kan gecombineerd worden met een stemchirurgische behandeling; hierbij wordt bij voorkeur zowel vóór als na de operatie logopedisch behandeld.

Taal / Vertraagde spraak- en taalontwikkeling

Wat is een vertraagde spraak- en taalontwikkeling?

Men spreekt van een vertraagde spraak- en taalontwikkeling wanneer een jong kind in zijn spraak en taal duidelijk achterblijft bij leeftijdgenootjes. Het kind spreekt (nog) niet of opvallend minder; het spreekt in onvolledige, kromme zinnen; het spreken is minder goed verstaanbaar en soms begrijpt het kind niet goed wat er gezegd wordt.
Een vertraagde spraak- en taalontwikkeling kan samenhangen met andere stoornissen zoals slechthorendheid of een algehele achterstand. Maar het komt ook voor dat het kind slecht spreekt zonder dat er een duidelijke oorzaak voor gevonden wordt.

Een vertraging in de spraak- en taalontwikkeling geeft problemen: het kind wordt door de omgeving niet begrepen en het kan zich niet goed uiten. Dit kan tot gedragsproblemen leiden: het kind wordt opstandig en driftig als het niet begrepen wordt of het gaat zich juist steeds meer terugtrekken. Ook het leren op school kan moeizamer verlopen.

Wat doet de logopedist?

De logopedist onderzoekt uitgebreid de taal en de spraak van het kind. Daarbij wordt ondermeer gebruik gemaakt van gestandaardiseerde testen. Verder onderzoek en eventueel behandeling door een kinderarts of kno-arts kan nodig zijn.

De logopedische behandeling is indirect en/of direct. Bij een indirecte therapie instrueert en begeleidt de logopedist de ouders of verzorgers in de manier waarop ze het kind tot spreken kunnen stimuleren. Bij de directe logopedische behandeling staat de wisselwerking tussen kind en logopedist centraal. De logopedist traint het taalbegrip en verbetert het luistergedrag; er wordt gewerkt aan de woordenschat, de zinsbouw en de uitspraak. Bij kinderen die nog niet of nauwelijks spreken krijgen de voorwaarden om tot spreken te komen aandacht: het gebruiken van taal voor een bepaald doel, het imiteren van een ander, het oogcontact , het nemen van beurten. De ouders of verzorgers worden zoveel mogelijk bij de behandeling betrokken.
In de therapie wordt rekening gehouden met de totale ontwikkeling van het kind, de eventuele bijkomende problemen en de mogelijkheden in de omgeving van het kind.

Het resultaat van de behandeling hangt onder andere af van de oorzaak van de vertraagde ontwikkeling. In het algemeen geldt dat een vertraagde spraak- en taalontwikkeling goed te behandelen is, zeker als de problemen al op jonge leeftijd onderkend worden. Al voor hun tweede jaar kunnen kinderen bij de logopedist terecht.

Spraak / Verbale ontwikkelingsdyspraxie

Soms komt het leren praten niet of moeizaam op gang. Kinderen spreken dan niet of verkeerd. Een mogelijke oorzaak hiervan noemen we een verbale ontwikkelingsdyspraxie. Dit is een spraakstoornis die te maken heeft met de beweging: de mond wil niet op de juiste manier bewegen. Het kind heeft problemen met het programmeren, afstemmen en controleren van de bewegingen die nodig zijn voor het spreken.

Door deze stoornis zijn de klanken soms onherkenbaar of ze komen in het woord op de verkeerde plaats terecht. Het komt voor dat het kind de klank wel in het ene woord kan maken en niet in het andere. Het kan zelfs zo zijn dat een klank of woord niet uitgesproken kan worden, terwijl het op een ander moment wel lukt.Ook andere activiteiten van de mond kunnen problemen geven zoals eten, drinken, blazen en zuigen.

Het niet of slecht spreken leidt tot problemen in de communicatie. Het kind kan namelijk niet of nauwelijks duidelijk maken wat het wil en wordt daarom soms niet begrepen door zijn omgeving. Kinderen met deze problemen hebben deskundige hulp nodig, want het gaat om een stoornis die zich niet vanzelf herstelt.

Wat doet de logopedist?

De logopedist onderzoekt de spraak en de mondmotoriek van het kind, observeert het eten en drinken en stelt een diagnose. Nader onderzoek door een medisch specialist kan nodig zijn.

Indien de logopedische therapie gestart wordt, leert het kind de spraakbewegingen aan te sturen. De bewegingen van de tong, lippen, kaken en het gehemelte worden geoefend om ze nauwkeurig te maken. Afhankelijk van de problemen in de spraakbewegingen, worden spraakklanken op een speelse manier geoefend. De spraakklanken worden apart geoefend, gekoppeld aan symbolen en/of gebaren.

De oefeningen worden steeds moeilijker: eerst dezelfde klank achter elkaar, dan afgewisseld met een andere klank, dan meer dan twee klanken afwisselen. Het kind wordt hierdoor vaardiger in het sturen van de bewegingen van de mond. Dit lukt niet met een paar keer oefenen, maar vereist een geregelde en consequente training, ook thuis. Daarnaast begeleidt de logopedist ook de familie in de communicatie met het kind.

De duur en resultaten van de logopedische therapie zijn afhankelijk van het type en de ernst van de uitspraakproblemen en van het tijdstip waarop de therapie begonnen is. De therapie kan al op zeer jonge leeftijd (twee á drie jaar) starten.

Fonologische stoornissen

Een fonologische stoornis is een taalprobleem: het kind heeft onvoldoende ontdekt hoe woorden in elkaar zitten. Kinderen met een fonologische stoornis kunnen meestal wel veel spraakklanken maken, maar tijdens het spreken doen ze dit niet (of niet altijd). Het kind vervangt bijvoorbeeld de k door een t, laat klanken weg of zegt ze op de verkeerde plaats in het woord. Soms hoort het de fout wel als iemand anders die maakt, maar denkt het toch dat hij het zelf goed zegt. Het begrijpt dan niet wat het bij het uitspreken van woorden moet veranderen. Corrigeren door de ouders helpt dan niet: het kind raakt daardoor soms juist gefrustreerd.

Bij jonge kinderen zal een fonologische stoornis vooral problemen geven bij het spreken. Er kunnen later echter ook leesproblemen ontstaan. Om te kunnen leren lezen en schrijven moet je namelijk goed kunnen horen welke klanken een woord heeft.

Wat doet de logopedist bij een fonologische stoornis?

De logopedist zal meestal eerst onderzoek doen naar de taalontwikkeling. Zij zal u ook vragen of er taalproblemen of dyslexie voorkomen in de familie. De spraak wordt nauwkeurig geanalyseerd om precies te ontdekken hoe het kind praat. Op grond van de resultaten van dit onderzoek wordt er een voorstel voor behandeling gedaan. Behandeling is met jonge kinderen meestal al heel goed mogelijk. Dit kan op verschillende manieren. Deze praktijk combineert de behandelmethodieken waarvan het effect bewezen werd en combineert deze met de methode Letterweg zodat deze kinderen, waarbij ook sprake is van een risico op dyslexie, al op jonge leeftijd in aanraking komen met letters en zo met een stevige basis de start kunnen maken in het eerste studiejaar.